Vliegvissers-Gezelschap Tight-Lines
  

Dat was hem jongen!


Willem staat elke zonsopgang aan de oever met zijn vliegvishengel in de hand.
Hij koestert de droom zijn casting techniek tot in de perfectie te beheersen. Toch glijdt de vlieg steeds naast de gewenste plaats in het rimpelloze water.
Elke worp voelt als een herinnering aan wat hij niet onder de knie krijgt. Na weken van oefening en frustratie, filmpjes bekijken op YouTube en het nodige er over gelezen te hebben besluit hij zijn hengel aan de wilgen te hangen.
De hengel verdwijnt in de schuur, de dozen met vliegen blijven onaangeroerd. Hij verbergt zijn ambities achter een glimlach en gaat op zoek naar iets wat minder confronterend is. De rivier mist zijn toegewijde aanwezigheid, maar Willem zweert dat hij later zal terugkeren. Op een prachtige zonovergoten middag zit Willem op een bankje in het park te lezen wanneer een oude visser naast hem komt zitten. De man fluistert dat hij gehoord heeft waar Willem mee worstelt de kunst van het werpen.
Met glinsterende ogen biedt hij zich aan als mentor, klaar om alle geheimen van de vliegvisserij te delen. Willem voelt de oude passie weer opborrelen en accepteert het aanbod zonder aarzeling.
Willem staat vroeg aan de oever, terwijl de mist langzaam optrekt en zijn mentor hem observeert. De oude visser laat hem eerst de overhead oefenen, waarbij elke centimeter lijn gecontroleerd de lucht in wordt geleid. Met kalme stem corrigeert hij Willem’s grip, de hoek van zijn pols en het moment van de achterwaartse worp. Langzaam ontstaat er ritme in de worp niet te snel, niet te traag, maar precies genoeg om de vlieg te laten dansen boven het water.
Op een avond neemt zijn leermeester hem mee naar een stukje rivier ver weg van de bewoonde wereld. De rivier kabbelt over gladde keien en onder een dicht bladerdak voelt Willem de uitdaging in elke stroomversnelling. Willem moet een lastige schuin aflopende oever overbruggen, terwijl de wind langzaam opsteekt. Na een mislukte eerste poging volgt de stilte, dan de perfecte loop, de vlieg landt zachtjes in een kleine stroomversnelling vlak naast de hoofdstroom.
De stilte breekt door het gejuich van de mentor: Willem ziet hoe de groene schubben van een mooie voorn schittert in het maanlicht, gevangen op de eerste perfecte worp. Zijn hart bonkt van geluk en trots, niet alleen heeft hij vis gevangen, hij heeft zichzelf overwonnen.
Willem staat bij het eerste ochtendgloren langs dezelfde rivier, de lucht nog koel en vol beloften.
Zijn handen trillen licht terwijl hij een fragiele droge vlieg boven het wateroppervlak laat zweven. Bij elke worp zoekt hij de perfectie, de juiste snelheid, de juiste hoek en die oh-zo-subtiele landing. Dan voelt hij de trilling door de hengel trekken, een snelle stoot gevolgd door een sierlijke dans in de stroom.
De vis breekt het wateroppervlak, zijn lijf glanzend als gepolijst zilver, en schiet weer terug in de diepte.
Na de vangst nodigt de mentor Willem uit aan een houten werkbank bij de schuur.
Tussen geopende visboeken en bundels veren leert hij de fijne kneepjes van clinch- en perfection knopen. Elke lus en strakke winding krijgt aandacht,
Met zachte rustige stem legt de mentor uit hoe historie en techniek samenkomen in dat ene knoopje. Zoals een mooie achterwaartse worp die de voorwaartse ondersteunt om de vlieg op de juiste plaats te laten landen. De jaren gaan voorbij en Willem is inmiddels een gevorderde vliegvisser. Als hij op een zonnige dag door het park loopt ziet hij op het bekende bankje iemand zitten met een vliegenhengel in zijn hand. Hij kijkt ietwat mistroostig. Bij toeval ontmoeten hun ogen elkaar en Willem geeft hem een knikje met zijn hoofd. Aaahhh een vliegvisser zegt Willem. Hou maar op meneer, spreekt de onbekende figuur op het bankje het gaat nooit wat worden. Willem glimlacht misschien heb je wel geluk vandaag en Willem nodigt hem uit om eens bij hem langs te komen. De rest van dit verhaal is bekend bij Willem en die vliegvisser die zijn hengel aan de wilgen wilde hangen.


Hans Teunisse